Wat is gezond(en) zijn?
Vanaf de uitstorting van het de Heilige Geest tot het begin van het corpus Christianum is het aantal kerken en het aantal gemeentes sterk gegroeid. We zouden kunnen zeggen dat de kerk in die periode én naar haar aard én in haar gedrag missionair was. In de eeuwen daarna werd aan de rand van het grote Romeinse rijk en later tijdens de middeleeuwen in het grote katholieke rijk aan zending gedaan. Mensen werden naar de buitengewesten en over de grenzen gestuurd om het evangelie te verbreiden. In de laatste eeuw is de rol van de kerk in Nederland systematisch verschoven naar de marge. Maar de Heilige Geest is niet verdwenen! Zondag mochten we nog stil staan bij het Pinksterfeest. Ook Christus’ opdracht staat nog steeds overeind. Zolang zijn wederkomst op zich laat wachten blijft het de opdracht en de wens van Christus om als christen en als christelijke kerk het zout en het licht van de wereld te zijn. Maar het lijkt er op dat het zout zijn kracht heeft verloren.
- Is het zo dat ‘het zout’ zijn kracht heeft verloren omdat ‘het zout’ in haar zoutvat bleef?
- Zijn we niet (net als iedereen) consumerend ingesteld en willen we niet dat de kerk attractief is zodat we er zelf van kunnen genieten?
- Wat moeten we overwinnen om weer missionair te worden?
- Geloven we werkelijk dat de Geest is uitgestort met Pinksteren en wat betekend dit dan concreet voor een ander ?
- Laat Pinksteren niet zien dat de kerk in zichzelf bankroet is en dat juist met pinkstern een gezonde gemeenschap ontstaat?
- Wat moeten we leren om afstanden te overbruggen?
Ik denk dat we moeten leren afstanden te overbruggen. We moeten leren incarneren. Als gezondenen de samenleving weer op te zoeken en er een zinvolle rol te spelen. Voordat we een voorbeeld uit de praktijk geven laten we eerst nogmaals Hirsch aan het woord:
10 manieren om missionair te zijn
Maar hoe doen we dat dan? Hoe zijn me missionair? Tim Chester heeft 10 eenvoudige manieren omschreven om missionair te zijn. Klik hier voor een uitwerking daarvan. Hieronder geef ik ze kort weer.
- Eet met andere mensen
- Werk en vergader in openbare plaatsen
- Doe gewoon en adopteer een park of en café
- Doe mee met wat er gebeurt
- Verlaat het huis ’s avonds
- Help je buren
- Deel je passie
- Ontmoet je collega’s tijdens lunch pauzes of na het werk
- Ga lopen dan zie je meer
- Maak gebedswandelingen door de buurt waar je woont
Kunnen we hier wat mee? Of is dit te simpel of juist te moeilijk? Laten we niet vergeten dat God zijn Geest uitstort en zie wat er gebeurd met Pinksteren. Er ontstaat een hechte gemeenschap. Zou een belemmering niet zijn dat we te veel focussen op ‘de zonden’. Dat we daar blijven hangen en dat we vergeten zijn dat wij in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid. Geloven we dit?
Niet de kerk, maar je eigen leven
Hieronder staat een voorbeeld van Tjerk en Annemieke (samenvatting van een artikel eerder gepubliceerd Zout…) Zij nodigen geen mensen uit naar de kerk, maar in hun eigen leven.
We zijn u tegemoet getreden met de tederheid van een voedster die haar kinderen koestert. In die gezindheid, vol liefde voor u, waren we niet alleen bereid u te laten delen in Gods evangelie, maar ook in ons eigen leven. Zo dierbaar was u ons geworden. (I Tessalonicenzen 2:7-8)
Dit Bijbelgedeelte is voor Tjerk en Anneke van Dijk tot voorbeeld bij hun werk als gemeentestichters. In Maastricht werken zij met een team van negen mensen aan een ‘beweging van kerken die kerken voortplanten’ en waar het evangelie centraal staat.
‘Ons doel is om huiskerken tot stand te brengen. Huiskerken zijn gemeenschappen van mensen waarin Jezus én het netwerk van mensen centraal staat. Geloof is een natuurlijk onderdeel van ons leven. Wij willen als een familie zijn voor de mensen hier in Maastricht. Dat betekent dat we mensen op Jezus wijzen wanneer die gelegenheid zich aandient. Dat kan tijdens de afwas of tijdens het wielrennen.’
Met een groep christenen zijn we samengekomen om na te denken hoe we kunnen aansluiten bij de Maastrichtse cultuur. Familie en eten zijn belangrijke onderdelen van de cultuur. Veel mensen in het zuiden hebben negatieve associaties bij de kerk. Aan deze bevindingen hebben we onze manier van werken aangepast. Zo zijn wij niet gevestigd in een kerkgebouw, maar zijn we kerk bij de mensen thuis.
Niet de diensten staan voor ons centraal, maar het opbouwen van een netwerk van relaties. We nodigen mensen uit in ons eigen leven en stappen daarbij ook vaak hun levens binnen. Dit volgen van Jezus heeft consequenties. Hoe deel je bijvoorbeeld je (vrije) tijd in? We hebben hier geen speciale programma’s voor ontwikkeld, maar in alles hebben we de intentie om het evangelie te delen. Bijvoorbeeld door, naast christelijke vrienden, ook niet-christenen uit te nodigen voor een avondje naar de film. Zo kan er op een natuurlijke manier contact ontstaan en kun je in de gesprekken ook naar Jezus wijzen. Vrienden ervaren dan dat het geloof onderdeel is van het normale leven en worden zelf sneller onderdeel van de gemeenschap.
Het moment dat jij mijn huis in stapt, ben je al onderdeel van de gemeenschap.
Gasten worden bij ons een actief onderdeel van de groep. Ze krijgen een taak zoals de afwas doen of meehelpen met de Bijbelstudie. Voor sommige mensen gaat het dan wat te snel, anderen pakken dit heel goed op. We hebben een ouder koppel gehad die hier jaar na jaar elke week kwamen eten en steevast met de Bijbelstudie weggingen. Daar hadden ze geen zin in. Toch hebben ze kennisgemaakt met het evangelie en zijn ze uiteindelijk tot geloof gekomen.
Ook door gewoon langs te komen zonder Bijbelstudie te doen, kun je iets meepikken van het geloof. Dit heeft te maken met onze visie: de gewone dingen die wij doen, doen wij missionair. Als we bijvoorbeeld vergaderen over onze kerk dan doen we dat in het plaatselijk café. Het gewone leven is een krachtig middel in missionair werk.
- Wat kunnen we leren van bovengenoemd voorbeeld?
- Wat vind je van de opmerking: ‘Niet de diensten staan voor ons centraal, maar het opbouwen van een netwerk van relaties”?
- Moeten we ons niet aan anderen verbinden voordat we van allerlei ‘christelijke’ activiteiten met/ voor ze doen?
Spanning
Bij sommige zal dit spanning oproepen, want ga je zo alleen maar relaties aan met ‘een verborgen missie’ en gaat het dan niet om de ander en de relatie zelf? Als jongerenwerker bij YfC heb ik daar zelf ook jaren mee geworsteld en ik kan niet anders dan zeggen dat je het niet kan scheiden, maar ‘het’ wel kan onderscheiden. Ik heb geen verborgen agenda en ga ook niet alleen maar relaties aan met…… Maar ik hoop en bid dat God mij gebruikt.
Misschien kan ook hier Jezus ons als voorbeeld dienen. Hij overbrugde zo’n enorme afstand! Hij legde zijn heerlijkheid af om mensen die God niet kennen met God kennis te laten maken. Dat is incarnatie! En hij stichtte een nieuwe beweging, een kerk. Hij gaf haar de Heilige Geest van getuigenis. En hij zei: ga er op uit! Doe het! En vertrouw op mij! Ik zal je kracht geven. Johannes 4: 1- 42 is een schitterend Bijbelgedeelte waarin we een voorbeeld zien hoe Jezus een enorme afstand overbrugd en wat heeft dat niet tot gevolg.
De Samaritaanse vrouw
| Verteller | Toen Jezus hoorde dat aan de Farizeeën verteld werd dat hij meer leerlingen maakte en er ook meer doopte dan Johannes – Jezus doopte overigens niet zelf, zijn leerlingen deden dat –, verliet hij Judea en ging weer naar Galilea. Daarvoor moest hij door Samaria heen. Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. |
| Jezus (tegen de vrouw) | ‘Geef mij wat te drinken.’ |
| Verteller | Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. |
| De vrouw | ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ |
| Verteller | Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. |
| Jezus | ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ |
| De vrouw | ‘Maar heer, u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ |
| Jezus | ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen, maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ |
| De vrouw | ‘Geef mij dat water, heer, dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ |
| Jezus | ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’ |
| De vrouw | ‘Ik heb geen man,’ |
| Jezus | ‘U hebt gelijk als u zegt dat u geen man hebt, u hebt vijf mannen gehad, en degene die u nu hebt is uw man niet. Wat u zegt is waar.’ |
| De vrouw | ‘Nu begrijp ik, heer, dat u een profeet bent! Onze voorouders vereerden God op deze berg, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plek is waar God vereerd moet worden.’ |
| Jezus | ‘Geloof me, er komt een tijd dat jullie noch op deze berg, noch in Jeruzalem de Vader zullen aanbidden. Jullie weten niet wat je vereert, maar wij weten dat wel; de redding komt immers van de Joden. Maar er komt een tijd, en die tijd is nu gekomen, dat wie de Vader echt aanbidt, hem aanbidt in Geest en in waarheid. De Vader zoekt mensen die hem zo aanbidden, want God is Geest, dus wie hem aanbidt, moet dat doen in Geest en in waarheid.’ |
| De vrouw | ‘Ik weet wel dat de messias zal komen.’ |
| Verteller | Dat betekent Gezalfde |
| De vrouw | ‘Wanneer hij komt zal hij ons alles vertellen.’ |
| Jezus | ‘Dat ben ik, die met u spreekt.’ |
| Verteller | Op dat moment kwamen zijn leerlingen terug, en ze verbaasden zich erover dat hij met een vrouw in gesprek was. Toch vroeg niemand: ‘Wat wilt u daarmee?’ of ‘Waarom spreekt u met haar?’ De vrouw liet haar kruik staan, ging terug naar de stad en zei tegen de mensen daar: |
| De vrouw (tegen publiek) | ‘Kom mee, er is iemand die alles van mij weet. Zou dat niet de messias zijn?’ |
| Verteller | Toen gingen de mensen de stad uit, naar hem toe. |
| … | |
| Verteller | In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in hem door het getuigenis van de vrouw: |
| De vrouw | ‘Hij weet alles van me.’ |
| Verteller | Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen. Nog veel meer mensen kwa-men tot geloof door wat hij zei; ze zeiden tegen de vrouw: |
| Publiek | ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is.’ |
- Hoe groot is de afstand die Jezus overbrugt?
- Had Jezus een ‘verborgen’ agenda?
- Welke afstand tot bepaalde personen (geloofsgenoten!) herkennen wij hierin?
- Wat kunnen we leren van ‘de aanpak’ van Jezus?
- Wat betekend het (missinair gezien) dat we God mogen aanbidden in geest en waarheid?
In die stad kwamen veel Samaritanen tot geloof in hem door het getuigenis van de vrouw: ‘Hij weet alles van me.’ Ze gingen naar hem toe en vroegen hem bij hen te blijven. Toen bleef hij nog twee dagen. Nog veel meer mensen kwamen tot geloof door wat hij zei; ze zeiden tegen de vrouw: ‘Wij geloven nu niet meer om wat jij gezegd hebt, maar we hebben hem zelf gehoord en we weten dat hij werkelijk de redder van de wereld is.’
De Samaritaanse vrouw is nog maar pas bekent met Jezus en zij fungeert hier al direct als de schakel om anderen in aanraking met de Messias te brengen. Bijzonder om te zien hoe de mensen reageren.
Wij krijgen van God kansen, gaven, mogelijkheden om anderen te laten delen in onze ontmoeting(en) met God. Dat kan persoonlijk zijn, maar is de vrouw hierin niet een voorbeeld voor ons hoe we anderen verwijzen naar het Levende water zodat ze de Messias leren kennen? Bij de vrouw gaat het niet meer om haar eigen ontmoeting, maar ze deelt haar ontmoeting zodat anderen hem zelf gaan horen en zo hun eigen ontmoeting met Hem krijgen.
Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.
Laatste berichten van Anko Oussoren (toon alles)
- Het sociale puberbrein - 13 mei 2013
- Denk groot, doe sterk! Jongeren als voorbeeld voor volwassenen - 3 april 2013
- Een nieuwe generatie volgelingen van Christus - 27 maart 2013
- Wat motiveert jongeren? - 20 maart 2013

